Bekijk de belangrijkste veranderingen voor ondernemers in 2023. 

Zelfstandigenaftrek gaat versneld omlaag

Per 1 januari 2023 wordt de zelfstandigenaftrek verder verlaagd van € 6.310 naar € 5.030. De zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd tot € 900 in 2027. Hiermee worden de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner.

Vennootschapsbelasting gaat omhoog

De grens voor het lage tarief in de vennootschapsbelasting (vpb) gaat omlaag van € 395.000 winst naar € 200.000. En het lage tarief van 15% gaat omhoog naar 19%. 

Bedrijven met een winst vanaf € 200.000 betalen vanaf 1 januari 2023 het hoge tarief. Dat tarief gaat omhoog van 25% naar 25,8%.

Doelmatigheidsmarge afgeschaft

Het kabinet schaft per 2023 de doelmatigheidsmarge af. Dit is het percentage waarmee de directeur-grootaandeelhouder (dga) zijn salaris mag verminderen ten opzichte van het salaris van iemand met het meest vergelijkbare dienstverband. 

Door het afschaffen wordt het inkomen van ondernemers gelijker belast met dat van werknemers. Een groter deel van het inkomen van dga’s wordt als loon belast. Dit zorgt voor meer evenwicht in de belastingdruk tussen verschillende typen werkenden.

Lagere AoF-premie en ruimere werkkostenregeling

De loonkosten voor bedrijven gaan omlaag. Dit gebeurt door:

  • de Aof-premie voor kleine werkgevers te verlagen. 
  • de vrije ruimte in de WKR te verruimen van 1,7% tot een loonsom van € 400.000 naar 1,92% tot een loonsom van € 400.000. 

De vrije ruimte stijgt hierdoor van € 6.800 naar € 7.680 bij een loonsom van precies € 400.000. Dit zorgt ervoor dat werkgevers meer onbelaste vergoedingen kunnen geven aan werknemers. Bij 8 werknemers die samen € 400.000 verdienen is een extra onbelaste vergoeding van € 110 per werknemer mogelijk.

Afschaffing oudedagsreserve

Ondernemers kunnen vanaf 1 januari 2023 hun oudedagreserve niet meer verder opbouwen.  De opgebouwde oudedagsreserve tot en met 31 december 2022 kan volgens de huidige regels worden afgewikkeld. Dat betekent dat het hele bedrag in 1 keer vrijkomt en de burger daar belasting over betaalt. Of het kan worden omgezet in een lijfrente product. 

Omzetten oudedagsverplichting naar lijfrente

Belastingplichtigen hebben vanaf 2023 ruimere mogelijkheden hebben om hun oudedagsverplichting (ODV) om te zetten in een lijfrente. AOW-gerechtigden hebben daarmee 5 jaar de tijd om hun ODV om te zetten naar een lijfrente, lijfrenterekening of lijfrentebeleggingsrecht. De nieuwe wet gaat met terugwerkende kracht in tot en met 1 april 2017.

Meer veranderingen voor ondernemers

Op de website van het Ondernemersplein staan nog meer veranderingen voor ondernemers vanaf 2023.

(Bron: Rijksoverheid Ondernemen)